Nieuws

T-rijbewijsplicht ook voor werktuigdragers niet breder dan 130 cm

fedecom

In onze berichtgeving aan onze leden, alsook in de memorie van toelichting  33 781 nr. 3 van onze minister van I&M, zijn de uitzonderingen T-rijbewijsplicht  beschreven.

Uitgezonderd zullen worden de LBT’s en MMBS-en die, inclusief verwisselbaar uitrustingsstuk aan de voorkant, niet breder zijn dan 130 cm en de volgende functionaliteit hebben: maaien, onkruid bestrijden, vegen, sneeuw ruimen, gladheid bestrijden of hondenpoep verzamelen. Daarnaast mogen deze motorrijtuigen niet zijn voorzien van de mogelijkheid om een aanhangwagen of getrokken verwisselbare machine te trekken. Op deze wijze worden de kleine motorrijtuigen die worden gebruikt in de groene sector daadwerkelijk uitgezonderd van de rijbewijsplicht.

Let op: in het Besluit tot wijziging van het Reglement rijbewijzen is, op basis van de juridische toets én handhaving, artikel 15, eerste lid, onderdeel j opgenomen. Hierin zijn de uitzonderingen T-rijbewijsplicht voor voertuigen niet breder dan 1,3 m beschreven: “motorrijtuig is voorzien van een door de motor aangedreven installatie,  niet zijnde een verwisselbaar uitrustingsstuk”. Zie onderstaand artikel.

Artikel 15, eerste lid van het Besluit tot wijziging van het Reglement rijbewijzen
j. landbouw- en bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid, alsmede een of meer door die motorrijtuigen voortbewogen aanhangwagens of verwisselbare getrokken machines (rijbewijs T), niet zijnde motorrijtuigen van een van de in de onderdelen a tot en met i bedoelde rijbewijscategorieën, tenzij:
1°. het motorrijtuig, gemeten overeenkomstig artikel 5.1a.1 van de Regeling voertuigen niet breder is dan 1,3 m,
2°. het motorrijtuig is voorzien van:
I. een door de motor aangedreven maai-installatie, niet zijnde een verwisselbaar uitrustingsstuk als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, dan wel een of meer verwisselbaar uitrustingsstukken als bedoeld in artikel 1.1. van de Regeling voertuigen bestemd voor het maaien van oppervlakten,
II. een door de motor aangedreven veeginstallatie, niet zijnde een verwisselbaar uitrustingsstuk als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, dan wel een of meer verwisselbare uitrustingsstukken als bedoeld in artikel 1.1. van de Regeling voertuigen bestemd voor het vegen van wegen,
III. een door de motor aangedreven installatie om automatisch uitwerpselen op te zuigen, niet zijnde een verwisselbaar uitrustingsstuk als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, dan wel een of meer verwisselbare uitrustingsstukken als bedoeld in artikel 1.1. van de Regeling voertuigen bestemd voor het opzuigen van uitwerpselen,
IV. een uitrustingsstuk aan de voorzijde ter verwijdering van sneeuw op het wegdek, met een minimale breedte gelijk aan de grootste breedte van het voertuig, niet zijnde een verwisselbare uitrustingsstuk als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, dan wel een of meer verwisselbaar uitrustingsstukken als bedoeld in artikel 1.1. van de Regeling voertuigen bestemd ter verwijdering van sneeuw op het wegdek,
V. een installatie voor het strooien op wegen ter voorkoming of bestrijding van gladheid, niet zijnde een verwisselbaar uitrustingsstuk als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, dan wel een of meer verwisselbare uitrustingsstukken als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen bestemd voor het strooien op wegen, of
VI. een installatie met een tankinhoud van ten minste 100 liter om onkruid te besproeien, niet zijnde een verwisselbaar uitrustingsstuk, dan wel een of meer verwisselbaar uitrustingsstukken als bedoeld in artikel 1.1. van de Regeling voertuigen bestemd voor het sproeien van onkruid,
VII. een hefinrichting aan de voorzijde van het voertuig, niet zijnde een verwisselbaar uitrustingsstuk, dat zelfstandig voor laad- en losactiviteiten kan worden ingezet, en
3°. het motorrijtuig aan de achterzijde niet is voorzien van:
I. een inrichting tot het koppelen van een aanhangwagen,
II. een inrichting tot het koppelen van een verwisselbare getrokken machine, of
III. een driepuntshefinrichting.
2. Onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid tot derde tot en met zesde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. Het eerste lid, aanhef en onder 3°, onder I, is niet van toepassing op de landbouw- en bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder 2°, onder VII, mits aan dat voertuig geen aanhangwagen of verwisselbare getrokken machine is gekoppeld.

De wetstekst geldt en dit betekent dat voor werktuigdragers niet breder dan 130 cm, de T-rijbewijsplicht van kracht wordt m.i.v. 1 juli 2015.

Please follow and like us:
RSS
Nieuwsberichten