Nieuws

Resultaten melkveehouderij 2013:kosten stijgen onverminderd door

fedecom

De kosten in de melkveehouderij zijn in de periode van 2010 tot en met 2013 gestegen met gemiddeld 22%, ruim 5% per jaar. De kritieke melkprijs ligt daardoor inmiddels op bijna 38 cent. Dat blijkt uit de analyse van de jaarresultaten over 2013 van de eerste 500 melkveebedrijven door Flynth adviseurs en accountants. “Melkveehouders moeten dus scherp blijven letten op de kostenontwikkeling en de kritieke melkprijs. Ook moeten ze goed het effect doorrekenen van investeringskeuzes op de melkprijs en enige flexibiliteit inbouwen, zodat zij kunnen meebewegen met schommelingen in de melkprijs,” analyseert agro bedrijfsadviseur Hans Scholte van Flynth de resultaten over 2013.

Toegerekende kosten

De toegerekende kosten zijn vanaf 2010 jaarlijks gestegen van 12,7 cent per kilo melk naar inmiddels afgerond 17 cent per kilo melk in 2013. Een stijging van 34%. De voerkosten zijn de belangrijkste stijger. De toegerekende kosten zijn de uitgaven die rechtstreeks samenhangen met de productie van melk. Hiertoe behoren de diergebonden kosten en teeltgebonden kosten, zoals kunstmest, zaaizaad en gewasbeschermingsmiddelen.

Voerkosten fors hoger

Uitschieter in de kostengroei zijn de voerkosten. Die stijgen vanaf 2010 jaarlijks. De totale voerkosten zijn in vier jaar tijd gestegen van 7,6 cent naar 11,5 cent per kg melk, een stijging van 50%. Op de bedrijven blijkt gemiddeld 2/3 deel van de voerkosten te bestaan uit krachtvoerkosten. Deze stegen in vier jaar van gemiddeld 5,4 cent naar 8,1 cent per kg melk (ook een stijging van 50%) door de gestegen krachtvoerprijs. De kosten per kilo melk van natte bijproducten als krachtvoervervangers stegen in dezelfde periode van ruim een halve cent tot bijna 1 cent per kilo melk, een stijging van ruim 70%. Ook de ruwvoerkosten stegen met bijna 50% van 1,2 naar 1,7 cent per kg melk. Bij een melkproductieniveau van 8.500 kg per koe zijn de voerkosten gestegen van 646 euro naar 978 euro per koe. Bij een productieomvang van inmiddels 852.000 kg melk is dit een verschil van 33.000 euro in vier jaar. Scholte: “Dat is toch een bedrag waarvan een doorsnee gezin een groot deel van de normale jaarlijkse privé-uitgaven van kan betalen!”

Overige dierkosten

Opvallend is dat het totaal van de overige diergebonden kosten gemiddeld niet stijgt. Het gaat dan om de optelsom van kosten voor diergezond, fokkerij, strooisel en mestafzet. Per kilogram melk daalden de kosten voor diergezondheid licht (van 0,98 naar 0,91 cent), bleven de kosten voor kunstmatige inseminatie vrijwel gelijk (bijna 0,6 cent) en ook het kostenniveau voor fok- en controle schommelt rond 0,30 cent. Strooiselkosten wisselen jaarlijks tussen 0,5 en ruim 0,6 cent per kilo melk. De kosten voor mestafzet zijn de afgelopen vier jaar heel licht gedaald van 0,20 naar 0,16 cent per kilo melk.

Vaste kosten

De vaste kosten hebben onder meer betrekking op gebouwen, machines, loonwerk en diverse algemene kosten. Vergroting van de bedrijfsomvang kan schaalvoordelen opleveren in de vorm van kostprijsverlaging, maar dat zien we in de resultaten niet terug. Ondanks de groei in bedrijfsomvang zijn de vaste kosten in vier jaar tijd met 9 procent gestegen. De gemiddelde omvang is gegroeid van 770.000 kg melk naar 850.000 kg melk. De vaste kosten zijn uitgedrukt per kg melk gestegen van 11,9 naar 13,1 cent per kg melk: per bedrijf een stijging van 20.000 euro.

Eigen machines en loonwerk

Beschikbaarheid van meer eigen machines beperkt in de regel de kosten voor inschakeling van de loonwerker. Bij beoordeling van de bijbehorende kosten dient hiermee natuurlijk rekening te worden gehouden. De combinatie van loonwerkkosten samen met onderhoudskosten voor machines laten een jaarlijkse stijging zien. Per kilo melk stegen deze in vier jaar tijd met 22% van 4,3 naar 5,2 cent per kg melk. Een kostenstijging van nauwelijks één cent lijkt zo nog mee te vallen. Maar de gemiddelde bedrijfsomvang is in dezelfde periode met ruim 80.000 kg melk gestegen.

In absolute zin zijn de onderhoudskosten voor machines met 29% gestegen tot gemiddeld ruim 18.000 euro. De loonwerkkosten zijn met 42% gestegen tot ruim 26.000 euro. Een totale kostenstijging van 33.000 naar ruim 44.000 euro, oftewel 33%. Waarbij de loonwerkkosten dus harder zijn gestegen dan de kosten voor onderhoud. Een deel van de oorzaak zal vooral liggen bij de (veelal goede) keuze om de loonwerker vaker in te schakelen. De algemene kosten laten in absolute zin een stijging zien met 6% tot ongeveer 27.000 euro. Het betreft hier de kosten voor heffingen, contributies, abonnementen, accountancy, advies, algemene verzekeringen en dergelijke. Ondanks de kostenstijging zien we hier wel het effect van schaalvoordelen, want per kilo melk uitgedrukt stijgen deze kosten niet.

Benodigde melkprijs

Afgelopen jaar kon de kostenstijging meer dan gecompenseerd worden door een goede melkprijs. Het is de vraag of de prijs de komende jaren ook goed blijft; de vooruitzichten voor de zuivel zijn inderdaad gunstig. Op basis van de bedrijfsresultaten van afgelopen jaar is inzichtelijk te maken hoe hoog de melkprijs bij ongewijzigde bedrijfsopzet moet zijn om alle kosten te kunnen betalen. We kijken hierbij naar de situatie vanaf 2015, dus zonder kosten van melkquotum.

Het gemiddelde niveau voor de bedrijfskosten lag afgelopen jaar 2013 op 30 cent per kilo melk. De kosten voor betaalde rente en afschrijvingen op de bedrijfsmiddelen zijn hierin niet meegeteld. Afschrijvingen zijn wel kosten, maar geen uitgaven die rechtstreeks uit de portemonnee verdwijnen. Na correctie voor huur melkquotum resteert aan kosten 29,3 cent. Na aftrek van overige bedrijfsopbrengsten, zoals bedrijfstoeslag, vee verkopen en eventuele landverhuur, resteert per saldo gemiddeld 22,3 cent aan bedrijfskosten.

Als we verder rekening houden met een rente van gemiddeld 4,0 cent en aflossing gemiddeld 4,4 cent, jaarlijkse vervangingsinvesteringen in het machinepark van gemiddeld 2,4 cent en privé-uitgaven van gemiddeld 4,7 cent, dan ligt voor het gemiddelde bedrijf de kritieke melkprijs op 37,8 cent. De gemiddelde financieringslast bedraagt 8,8 cent rente en aflossing. Vanzelfsprekend is deze last voor elk bedrijf verschillend. Zonder financieringslasten zou op basis van het huidige kostenniveau, een melkprijs van 29,4 cent volstaan.

Opmerking

Er is bij de voorgaande becijfering nog geen rekening gehouden met bijvoorbeeld lagere opbrengsten via bedrijfstoeslag of (hogere) kosten voor mestafzet- of verwerking. Ter indicatie: als de mestafzetkosten 10 euro per kuub bedragen, is dit omgerekend ongeveer 2 cent per kilo melk. Indien via het nieuwe GLB wordt uitgegaan van bijvoorbeeld 20% minder bedrijfstoeslag, is dit omgerekend ruwweg bijna één cent per kilo melk.

Effect van investeren

Scholte drukt ondernemers die investeren in nieuwe stallen op het hart om een goede berekening te maken. “Het investeringsniveau varieert ruwweg tussen 4.000 en 8.000 euro per koeplaats. Een verschil in bouwkosten van 4.000 euro per plaats en 10% jaarkosten – dus rente, afschrijving, onderhoud én verzekering – betekent een verschil in jaarkosten van 400 euro per koe. Bij een melkproductieniveau van 10.000 kg melk per koe is dat verschil in effect op de kostprijs 4 cent per kilo melk. Bij een melkproductieniveau van 8.000 kg melk is het verschil 5 cent per kilo melk.”

Bron: Flynth adviseurs en accountants

Bepaling minimale melkprijs (na superheffingstijdperk)

Ontwikkeling kosten melkveehouderij

Please follow and like us:
RSS
Nieuwsberichten