Nieuws

Duurzame inzetbaarheid draait om samen slimmer en effectiever ondernemen

Een van de belangrijkste vraagstukken die op een mkb-metaalondernemer de komende jaren afkomen, is de vraag hoe te zorgen dat alle medewerkers, jong en oud, hun gehele werkzame leven inzetbaar en productief blijven. De medewerkers, ‘het menselijk kapitaal’, moeten tot het einde van de arbeidsduur betrokken, gemotiveerd, leergierig, tevreden, competent, vitaal en dus productief blijven. Deze eigenschappen vormen samen de ingrediënten van wat duurzaam inzetbaar wordt genoemd. Een ondernemer die zich actief bezighoudt met duurzame inzetbaarheid, heeft medewerkers die langer, beter en breder inzetbaar zijn (op verschillende werkplekken en -tijden) met behoud en ontwikkeling van vakkennis en ervaring.

Door MKB-Nederland is in 2017 een subsidie toegekend aan Koninklijke Metaalunie voor het programma Duurzame Inzetbaarheid. Hieraan nemen 40 mkb-metaalbedrijven deel. Deze komen uit drie regio’s, Noord-Holland, Gelre en Midden, en uit drie branches, Fedecom, Federatie Metaalplaat (FDP) en de Nederlandse Jachtbouw Industrie (NJI). Eén van de deelnemende bedrijven aan het project is SAC Nederland bv uit Marknesse, ontwikkelaar, producent en leverancier van melktechniek. Het bedrijf is lid van Fedecom,  de branchevereniging die de belangen behartigt van bedrijven in de landbouwtechniek, veehouderijtechniek, groentechniek, tuinbouwtechniek en industrie & intern transport. “Waar het om gaat is dat een ondernemer, samen met zijn medewerkers, slimmer en effectiever kan ondernemen. Hoe blijft mijn bedrijf een aantrekkelijke werkomgeving en hoe kan ik mijn medewerkers binden, boeien en door laten groeien. Dat zijn dan de vragen die beantwoord worden”, legt Ruud Schlenter, directeur van SAC Nederland het belang van duurzame inzetbaarheid uit.

Waarom is duurzame inzetbaarheid zo’n belangrijk onderwerp?
“Vooropgesteld: duurzame inzetbaarheid is sectorbreed een belangrijk thema. Gericht op ons bedrijf dat in de melktechniek opereert is het van erg groot belang. Dat heeft alles te maken met de complexiteit van het product dat we produceren en verkopen. Voordat iemand effectief aan het werk is in de melktechniek, is er een lang opleidingstraject doorlopen. Als je dat traject niet afmaakt of dat wel doet maar vervolgens de medewerker uitstroomt, hebben wij als bedrijf veel tijd en geld in iemand gestoken die vervolgens niet de output daarvan levert over een langere termijn. Dat geldt voor de technische jobs, maar ook voor de commerciële jobs. Dus is het belangrijk dat als je mensen met een mooi verhaal en een mooie job in het vooruitzicht naar binnen haalt, je ze ook goed begeleidt.”

Waar moet een ondernemer rekening mee houden als hij duurzame inzetbaarheid serieus wil aanpakken?
“Het heeft verschillende aspecten. Grote bedrijven zullen dat waarschijnlijk wat beter gestructureerd hebben dan een gemiddeld mkb-bedrijf. Het wordt erbij gedaan of het wordt zelfs niet gedaan. Meedoen aan een project is dan een stok achter de deur om dat te doen. Als je mensen wilt binden, boeien en een langere tijd behouden, moet je dit soort dingen gewoon doen. Ondernemers moeten omgaan met verschillende generaties medewerkers die allemaal plezier in hun werk moeten houden. Maar het personeel moet ook meegenomen worden in veranderingen, moet leergierig blijven en veilig en gezond werken. Als je daar ook nog gerichte ondersteuning bij kunt krijgen van een organisatie als Fedecom of Metaalunie, dan kun je die mensen makkelijker door moeilijke periodes heen helpen. En wanneer je lol hebt in wat je doet, doe je het meestal wel goed. Dan ga je ook niet onnodig om je heen kijken naar ander werk vanwege een ontevreden gevoel. Dat is eigenlijk waarom wij aan de slag zijn gegaan het duurzame inzetbaarheid. Een ander belangrijk item is voor ons ook veiligheid. Wij werken in stallen en ook daar gebeuren ongelukken, bijvoorbeeld met gassen. Momenteel denken wij er over om al onze monteurs uit te rusten met een gasdetectiemeter. Dan heb je het ineens over gezond maar vooral ook veilig werken.”

Maar ook anders werken…
“Dat is wel de uitdaging. De jongeren met de kennis en kunde die je tegenwoordig nodig hebt om trekkers en werktuigen maar ook melkapparatuur te onderhouden, hebben al mbo/mbo+ niveau. Onze service-engineers voor de melkrobot zijn allemaal hbo-opgeleid. Die pakken storingen aan, internationaal, telefonisch of via een laptop. Dan moet je wel behoorlijk goed in de systemen zitten en verschillende talen spreken. Dat zijn allemaal kwaliteiten die niet standaard vanuit het mbo worden meegegeven. Ouderen hebben soms meer moeite met het snel oppakken van nieuwe technieken op het gebied van elektronica, sensoren en software. En bij jongeren ontbreekt soms de senioriteit om op de juiste wijze met klanten om te gaan en het overzicht te bewaren in wat lastigere situaties. En dan speelt het ambulante aspect een rol. Wij werken met melkrobots, in een 24/7-structuur omdat het apparaat ook constant doorgaat. Daar moet je wel op ingericht zijn. Zorgen dat die monteurs of die software-engineers maar één keer in de zes weken dienst hebben. Anders komt er natuurlijk sociaal gezien zoveel druk op hen te liggen. Daar moet je als ondernemer op inspelen. Vrije tijd is heilig. Als het niet voor de medewerkers zelf is, dan is het wel voor de thuissituatie. Dat is ook wel een heel groot verschil. De oude garde kun je ’s nachts uit bed bellen en dan gaan ze aan het werk. De lichting die nu komt doet het wel, maar die wil er ook voor beloond worden. Ze willen dat terugzien, of in tijd voor tijd, of in geld, of in middelen die ze ter beschikking hebben. Dat is wel een groot verschil omdat dit vroeger meer gewoon was.”

Wat heeft het project u gebracht?
“We zijn nog niet klaar maar het project biedt met name heldere kaders die nodig zijn voor mensen om goed te functioneren en hoe je ze daar mee moet helpen. Dat houdt niet op met een busje met spullen en elke week een schone overall. Dat is niet voldoende. Onze mensen zijn belangrijk voor ons en daarom hebben we een aantal tools die we ze dus meegeven om efficiënt, veilig en duurzaam te werken. Zodat je als je vijfenvijftig bent nog een rug hebt die nog recht staat. Dat soort dingen. Dit project is cruciaal, zowel op importeurs-/leveranciersniveau, als ook voor alle dealers. In onze tak van sport hebben we een aantal bedrijven waar het onderwerp meer een ondergesneeuwd kindje is. Dat zijn mensen van de praktijk die vaker zeggen ’hup, gas er op, werken’. Maar onder druk van de krapte aan personeel/vakmensen in de huidige arbeidsmarkt zijn we gedwongen meer stil te staan bij hoe dat werken dan is ingericht.”

Please follow and like us:
RSS
Nieuwsberichten