• Gewasbescherming
 - 22 juni 2026

TCT en driftreductie

Bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen in open teelten moet drift naar oppervlaktewater, omwonenden en niet-doelwitorganismen zoveel mogelijk worden beperkt. Het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL) schrijft daarom voor dat je in veel situaties een spuittechniek gebruikt die een vastgestelde mate van driftreductie realiseert ten opzichte van een referentietechniek (in veel gevallen minimaal 75%). Op deze pagina lees je hoe spuittechnieken en doppen worden beoordeeld, hoe een nieuwe techniek erkend raakt en hoe de bijbehorende lijsten samenhangen.

De rol van de TCT

De beoordeling van driftreducerende technieken en spuitdoppen ligt bij de Technische Commissie Techniekbeoordeling (TCT). Als fabrikant dien je meetresultaten van een nieuwe techniek of dop in bij de TCT, die op basis van vastgestelde meetprotocollen beoordeelt of deze voldoet aan de eisen voor een bepaalde driftreductieklasse.

De procedure is vastgelegd in de Beoordelingssystematiek emissiereducerende maatregelen open teelt. Daarin staat hoe je een aanvraag indient, welke onderzoeksgegevens nodig zijn en hoe de beoordeling verloopt.

Van innovatie naar erkenning: het TCT-stroomschema

Voor fabrikanten en ontwikkelaars is niet alleen van belang dát de driftreductie wordt vastgesteld, maar ook hóe een nieuwe techniek uiteindelijk in de DRT-systematiek wordt opgenomen. De TCT heeft daarvoor een stroomschema opgesteld.

Het uitgangspunt is eenvoudig: bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen in de open teelt moet je altijd kunnen aantonen dat aan de wettelijk vereiste driftreductie wordt voldaan. Staat een techniek al op de DRT-lijst en gebruik je die volgens de voorwaarden uit het bijbehorende informatieblad, dan kun je haar direct toepassen. Staat de techniek er nog niet op, dan moet eerst de driftreductie worden vastgesteld.

Routes om de driftreductie te onderbouwen

Het stroomschema beschrijft verschillende manieren om de driftreductie van een nieuwe techniek te onderbouwen:

  • Onderzoek volgens het Nederlandse meetprotocol. De meest gebruikelijke route is driftonderzoek volgens het officiële Nederlandse meetprotocol voor neerwaartse en op- en zijwaartse spuittechnieken, uitgevoerd door een onafhankelijk deskundig instituut. De resultaten dien je vervolgens ter beoordeling in bij de TCT.
  • Vergelijking met een bestaande DRT-techniek. Komt een nieuwe techniek sterk overeen met een al beoordeelde techniek, dan kun je de driftreductie soms onderbouwen door vergelijking met een techniek die al op de DRT-lijst staat. Ook die onderbouwing beoordeelt de TCT.
  • Gebruik van een alternatieve testmethode. Internationale ontwikkelingen leiden regelmatig tot nieuwe meetmethoden. Wil je een buitenlandse of alternatieve testmethode gebruiken, dan leg je die vooraf voor aan de TCT, die beoordeelt of de methode voldoende vergelijkbaar is met de Nederlandse systematiek.
  • Nieuwe technieken zonder bestaande testmethode. Voor zeer innovatieve technieken is soms nog geen geschikte testmethode beschikbaar. In dat geval bepaal je in overleg met de TCT hoe de prestaties alsnog objectief kunnen worden vastgesteld.

Meer dan alleen driftreductie

Een techniek wordt niet alleen op driftreductie beoordeeld. Het stroomschema toetst ook aan de uitgangspunten van Best Beschikbare Technieken (BBT): sluiten de voorgestelde instellingen en randvoorwaarden aan bij een goede landbouwpraktijk, is de techniek effectief, en is ze in de praktijk naleefbaar en controleerbaar? Een hoge driftreductie alleen is dus niet voldoende; een techniek moet ook praktisch toepasbaar zijn en onder praktijkomstandigheden een goed landbouwkundig resultaat opleveren.

Ontwikkelruimte voor innovatieve technieken

Voor technieken die nog in de ontwikkelfase zitten, bevat het stroomschema een apart spoor. Wanneer het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nodig is voor onderzoek en ontwikkeling, kun je via een erkend TNG-bedrijf of in overleg met het Ctgb en het bevoegd gezag ontwikkelruimte creëren. Zo kun je nieuwe technieken testen voordat ze formeel worden beoordeeld voor opname in de DRT-systematiek.

Daarmee biedt het stroomschema fabrikanten, importeurs en ontwikkelaars een transparante route van innovatie naar erkenning. Juist met de opkomst van precisietoepassingen, sensorgestuurde systemen, spotsprayers en toekomstige autonome technieken wordt zo’n helder beoordelingskader steeds belangrijker: de Nederlandse systematiek biedt ruimte voor innovatie, mits de prestaties aantoonbaar zijn en voldoen aan de eisen voor driftreductie, effectiviteit en praktische toepasbaarheid.

Het volledige stroomschema “Driftreductie spuittechnieken voor toepassen gewasbeschermingsmiddelen in de open teelt” is opgenomen als bijlage bij dit artikel en beschikbaar via IPLO en de TCT-documentatie.

Driftreducerende technieken (DRT)

Wordt een spuittechniek positief beoordeeld, dan komt ze op de DRT-lijst (Drift Reducerende Technieken). Technieken worden ingedeeld in driftreductieklassen, zoals 75%, 90%, 95% of hoger. Die indeling geldt uitsluitend onder de instellingen en randvoorwaarden waaronder de techniek is onderzocht.

Bij elke erkende techniek hoort een informatieblad met de technische kenmerken, de werking, de toepassingsvoorwaarden en de voorgeschreven instellingen, denk aan voorschriften voor spuitdoppen, luchtondersteuning, spuitdruk, spuithoogte, afscherming of andere voorzieningen. Dit informatieblad is een integraal onderdeel van de erkenning: alleen wanneer je de techniek volgens de beschreven voorwaarden gebruikt, mag je de bijbehorende driftreductieklasse claimen. De informatiebladen helpen gebruikers de techniek correct toe te passen en geven toezichthouders een objectieve basis voor controle en handhaving.

Let op: de DRT-klasse geldt niet automatisch voor een machine. De classificatie is gekoppeld aan de uitvoering van de machine én aan de voorwaarden in het informatieblad. Wijk je daarvan af, dan kan dat ertoe leiden dat de vereiste driftreductie niet meer wordt gerealiseerd.

Driftreducerende doppen (DRD)

Ook spuitdoppen kunnen afzonderlijk worden beoordeeld. Erkende doppen komen op de DRD-lijst (Drift Reducerende Doppen) en worden ingedeeld in de klassen 50%, 75%, 90% en 95% driftreductie, op basis van metingen bij specifieke drukken en instellingen.

De erkenning van een driftreducerende dop is vijf jaar geldig. Daarna moet je als fabrikant aantonen dat de dop nog steeds aan de eisen voldoet; op de DRD-lijst staat daarom voor iedere dop een vervaldatum.

Techniek én dop bepalen het resultaat

De uiteindelijke driftreductie wordt vaak bepaald door de combinatie van spuitmachine, techniek en spuitdop. Een techniek haalt de vereiste driftreductie soms alleen met een specifieke klasse driftreducerende dop. Kijk daarom altijd naar de combinatie zoals die in de DRT- en DRD-lijsten en de bijbehorende informatiebladen staat; alleen zo stel je vast welke driftreductieklasse je daadwerkelijk mag toepassen.

Driftvrije technieken (DVT)

De huidige regelgeving voor de open teelt is gebaseerd op het aantonen van driftreductie ten opzichte van een referentietechniek; het BAL schrijft voor dat in veel situaties minimaal 75% driftreductie wordt gerealiseerd. Niet bij elke toepassing is drift echter aan de orde. Bij sommige technieken ontstaat door de aard van het middel of het werkingsprincipe geen relevante drift naar de omgeving, en dan is een driftreductiepercentage ten opzichte van een referentietechniek niet altijd logisch of nodig.

Daarom is het voorstel om naast de bestaande DRT-systematiek een aparte categorie Drift Vrije Technieken (DVT) te introduceren. Driftvrije technieken zijn technieken waarmee gewasbeschermingsmiddelen in vaste of vloeibare vorm worden toegediend, waarbij door de aard van het middel en het werkingsprincipe geen drift ontstaat.

Beoordeling door de TCT

Net als bij driftreducerende technieken zou de TCT ook driftvrije technieken kunnen beoordelen. Daarbij gaat het niet om hoeveel driftreductie een techniek realiseert, maar om de vraag of emissie naar de omgeving onder normale gebruiksomstandigheden redelijkerwijs is uit te sluiten. Die beoordeling kan plaatsvinden op basis van een technische analyse van het werkingsprincipe, ondersteund door technische documentatie, praktijkdemonstraties, foto- en videomateriaal en, indien nodig, beperkte verificatiemetingen. Op basis daarvan beoordeelt de TCT of een techniek in aanmerking komt voor opname op een toekomstige DVT-lijst.

Aanvulling op de bestaande DRT-systematiek

De introductie van driftvrije technieken verandert niets aan de bestaande DRT-systematiek. Driftreducerende technieken blijven de basis voor de beoordeling van spuittechnieken waarbij drift kan optreden; een DVT-lijst vormt daarop een aanvulling voor technieken waarbij drift feitelijk is uitgesloten. Zo ontstaat een logisch en toekomstbestendig systeem waarin zowel driftreducerende als driftvrije technieken een passende plaats krijgen, met ruimte voor innovatie én gewaarborgde bescherming van mens, milieu en oppervlaktewater.

Officiële informatiebronnen