• Gewasbescherming
 - 24 juni 2026

Precisietoepassingen, risicoreductie en drones

De landbouw staat voor de uitdaging om gewasbeschermingsmiddelen steeds gerichter, duurzamer en efficiënter toe te passen. Innovatieve technieken zoals precisiespuiten, spotsprayers, cameragestuurde systemen en op termijn ook spuitdrones maken het mogelijk om middelen uitsluitend toe te dienen waar dat nodig is. Zo beperk je de emissies naar het milieu en het middelengebruik, en geef je invulling aan de doelstellingen van de Toekomstvisie Gewasbescherming 2030.

Op deze pagina lees je wat deze technieken kunnen, welke regels gelden en hoe wij ons inzetten voor meer ruimte voor innovatie.

Precisietoepassingen: van volvelds naar plaatsspecifiek

Precisietechnieken maken het mogelijk om gewasbeschermingsmiddelen alleen toe te dienen op plekken waar daadwerkelijk een ziekte, plaag of onkruid aanwezig is. Voorbeelden zijn spotsprayers, cameragestuurde onkruidspuiten en spuitmachines met individuele dopaansturing of sectiecontrole.

Technisch gezien zijn deze systemen een belangrijke stap richting plaatsspecifieke gewasbescherming: in plaats van een volledig perceel behandel je alleen de zones die dat nodig hebben. Zo neemt het middelengebruik af zonder dat de behandeling aan effectiviteit inboet. Dankzij sensortechnologie, cameraherkenning, GPS-positionering en geavanceerde software bepalen moderne systemen steeds nauwkeuriger waar een behandeling nodig is. De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie, taakkaarten en realtime gewasherkenning vergroot die mogelijkheden de komende jaren verder.

Wettelijke kaders voor precisietechnieken

Voor precisietechnieken gelden in beginsel dezelfde wettelijke eisen als voor conventionele spuitapparatuur: de apparatuur moet voldoen aan de Europese machinewetgeving, periodiek worden gekeurd en voldoen aan de Nederlandse regelgeving voor driftreductie. De belangrijkste kaders zijn:

  • de Machineverordening (EU) 2023/1230 voor het veilig ontwerpen en op de markt brengen van machines;
  • het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL) voor emissiebeperking en driftreductie;
  • het Wettelijk Gebruiksvoorschrift (WG) van het gewasbeschermingsmiddel;
  • de verplichte SKL-keuring van spuitapparatuur;
  • de verplichting voor gesloten vulsystemen (CTS) vanaf 2027 voor bepaalde toepassingen van vloeibare gewasbeschermingsmiddelen.

Een precisietechniek mag alleen worden ingezet als die binnen het Wettelijk Gebruiksvoorschrift van het betreffende middel past. De maximale dosering, het aantal toepassingen en eventuele voorschriften voor waterhoeveelheid of concentratie blijven onverkort van kracht. Plaatsspecifiek toepassen betekent dus niet dat je lokaal hogere doseringen mag gebruiken dan wettelijk is toegestaan.

Ruimte voor innovatie

Wij zien precisietechnieken als een belangrijk instrument om de gewasbescherming verder te verduurzamen. Spotsprayers, cameragestuurde onkruidherkenning, individuele dopaansturing en sensorgestuurde toepassingen dienen middelen uitsluitend toe waar dat nodig is, en dragen zo bij aan een lager middelengebruik, minder emissies en een betere toepassingskwaliteit.

De bestaande regelgeving biedt in veel gevallen ruimte voor precisietechnieken, maar houdt niet altijd gelijke tred met de snelheid waarmee de technologie zich ontwikkelt. Wij zetten ons daarom actief in voor meer mogelijkheden om innovatieve precisietechnieken toe te passen.

Dat gebeurt niet alleen nationaal. Ook internationaal vindt belangrijke normontwikkeling plaats: binnen ISO/TC 23/SC 6 (Equipment for Crop Protection) werkt Werkgroep 30 (WG30) aan internationale testmethoden voor Targeted Spray Application, technieken die pas toepassen nadat een doelobject is gedetecteerd met bijvoorbeeld camera’s, sensoren of taakkaarten. Zulke normen maken het mogelijk om innovatieve technieken wereldwijd op dezelfde manier te beoordelen op prestaties, nauwkeurigheid en mogelijke middelreductie, en spelen zo een belangrijke rol in de acceptatie door overheden, toelatingsinstanties en gebruikers. Wij dragen via internationale normalisatie actief bij aan dit technische kader.

Prestatiegerichte benadering

Daarnaast pleiten wij voor een verschuiving van het beleids- en beoordelingskader: van een vooral middelgerichte naar een meer prestatiegerichte benadering. Traditioneel ligt de nadruk in regelgeving en toelatingen op de eigenschappen van het middel zelf. Maar niet alleen het middel, ook de manier waarop het wordt toegepast bepaalt het uiteindelijke risico voor mens, milieu en natuur. Innovatieve technieken verminderen aantoonbaar emissies, drift en blootstelling van gebruikers en omstanders; wanneer die prestaties objectief vaststaan, zouden ze nadrukkelijk moeten meewegen bij de beoordeling van risico’s, gebruiksvoorwaarden en toelatingsbesluiten. Zo’n prestatiegerichte benadering stimuleert innovatie en geeft ruimte aan nieuwe technieken, terwijl het beschermingsniveau voor mens, milieu en natuur onverminderd hoog blijft.

Innovatieve technieken als risicobeperkende maatregel

Een concrete invulling van die prestatiegerichte benadering is dat innovatieve toepassingstechnieken steeds vaker worden gezien als risicobeperkende maatregel (risk mitigation measure). Het Ctgb beoordeelt bij de toelating de risico’s voor mens, dier en milieu en kan, als dat nodig is, gebruiksvoorwaarden of risicobeperkende maatregelen voorschrijven.

Precisietoepassingen leiden tot minder emissies, drift en blootstelling, en kunnen daardoor risico’s beheersen die nu vaak worden beperkt via generieke maatregelen zoals grotere teeltvrije zones, aanvullende driftreductie-eisen of gebruiksbeperkingen. Samen met het Ctgb, de overheid, kennisinstellingen en andere stakeholders onderzoeken wij hoe de prestaties van deze technieken objectief zijn vast te stellen en hoe ze kunnen meewegen in risicobeoordelingen en toelatingsprocedures. Het doel: een systeem waarin aantoonbaar effectieve innovaties niet alleen bijdragen aan verduurzaming, maar ook als erkende risicobeperkende maatregel kunnen worden ingezet. Daarmee sluit deze ontwikkeling aan bij de bredere Europese beweging naar meer doelgerichte gewasbescherming.

Drones als toekomstig spuitplatform

Naast grondgebonden precisietechnieken groeit internationaal de belangstelling voor drones als platform om gewasbeschermingsmiddelen toe te passen. Drones kunnen uitkomst bieden wanneer percelen tijdelijk onbegaanbaar zijn, bijvoorbeeld door natte omstandigheden of gevoelige gewasstadia, en laten zich gericht inzetten voor deelpercelen, hotspots of moeilijk bereikbare locaties. Ze voorkomen bodemverdichting en spoorvorming volledig en kunnen door hun flexibiliteit snel worden ingezet bij acute plaagdruk of ziekte-uitbraken.

Huidige juridische situatie

Toch is het gebruik van drones voor gewasbeschermingsmiddelen in Nederland op dit moment nog niet toegestaan. Dat verbod staat in artikel 29 van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Voor daadwerkelijke toepassing zijn dus zowel technische als juridische ontwikkelingen nodig. Daarnaast moeten drones voldoen aan de Europese luchtvaartregelgeving en aan specifieke technische normen voor constructie en prestaties. Belangrijke normen zijn:

  • NEN-ISO 23117-1:2023: milieu- en veiligheidseisen voor onbemande spuitsystemen;
  • NEN-ISO 23117-2:2025: testmethoden voor de breedteverdeling van spuitdrones.

Binnen ISO wordt bovendien gewerkt aan normen voor de beoordeling van spuitdrift van drones. Zo ontstaat stap voor stap een internationaal normenkader voor de objectieve beoordeling van onbemande spuitsystemen.

Risico’s en prestaties

Voor ons staat voorop dat de inzet van spuitdrones moet leiden tot een risicoprofiel dat gelijkwaardig of lager is dan dat van bestaande grondgebonden spuittechnieken, zowel voor gebruikersveiligheid als voor emissies naar het milieu. Voor drones betekent dit onder andere:

  • een aantoonbaar veilige vluchtuitvoering;
  • het voorkomen van toepassing buiten het doelgebied via GPS en geofencing;
  • een driftreductie die minimaal gelijkwaardig is aan bestaande gecertificeerde technieken;
  • een breedteverdeling van de spuitvloeistof die vergelijkbaar is met die van grondgebonden spuitmachines.

Voor de beoordeling van driftreductie ligt het voor de hand om aan te sluiten bij het bestaande Nederlandse systeem van driftreducerende technieken (DRT), dat al wordt toegepast voor veld- en boomgaardspuiten.

Wij ondersteunen de ontwikkeling en toepassing van spuitdrones wanneer aan drie randvoorwaarden is voldaan:

  1. conformiteit met alle toepasselijke wet- en regelgeving en relevante ISO-normen;
  2. een aantoonbaar gelijkwaardig of lager risicoprofiel voor mens, milieu en natuur;
  3. een toepassingskwaliteit die vergelijkbaar is met bestaande grondgebonden spuittechniek.

Toekomstperspectief

Precisietechnieken zijn inmiddels beschikbaar en worden op steeds grotere schaal toegepast. Drones bevinden zich in Nederland nog in een eerdere fase van ontwikkeling en regelgeving, maar kunnen op termijn een waardevolle aanvulling vormen op het bestaande machinepark. Wij ondersteunen zowel de verdere ontwikkeling van precisietechnieken als de verantwoorde introductie van spuitdrones, met als voorwaarde dat innovaties aantoonbaar bijdragen aan minder emissies, drift, middelengebruik en blootstelling van mens en milieu.

Op langere termijn moeten innovatieve technieken die aantoonbaar tot een gelijkwaardig of lager risicoprofiel leiden, ook de ruimte krijgen om die meerwaarde in de praktijk te benutten. Zo leveren technologische innovaties een belangrijke bijdrage aan een moderne, productieve en maatschappelijk verantwoorde landbouw, waarin voedselproductie en de bescherming van mens, milieu en natuur hand in hand gaan.

Officiële informatiebronnen